DE LAATSTE SPRINT VOOR DE BERGEN DE DEUR DICHTGOOIEN
- 22 jul
- 5 minuten om te lezen
Etappe 17 | Chambéry – VoironMemphis Mapei verdedigt zes punten voorsprong, maar Salvador Dali junior en Barry Heijk ruiken hun kans
Door Wim de Waaier
De sprinters krijgen vandaag nog één middag vrijheid.
Daarna volgen Orcières-Merlette en tweemaal Alpe d’Huez. Drie dagen waarop snelle mannen niet meer aan ritwinst denken, maar aan de tijdslimiet, de bezemwagen en de vraag waarom een mens ooit vrijwillig wielrenner is geworden.
De zeventiende etappe van Chambéry naar Voiron is officieel vlak. In de Tour betekent dat tegenwoordig dat er in de eerste zestig kilometer vier hellingen liggen, dat het peloton meer dan tweeduizend hoogtemeters verzamelt en dat niemand voor de finale volledig zeker weet of zijn sprinter nog in dezelfde groep zit.
Toch lijkt alles uiteindelijk richting een massasprint te wijzen.
En in de MalleMolen Tourpoule kan juist vandaag het groen worden beslist.
EERST EEN UUR OORLOG
De opening van de etappe is lastig genoeg om een sterke vlucht te laten ontstaan. Klimmers en vrijbuiters weten dat dit mogelijk hun laatste kans is voordat de grote klassementsploegen de Alpen volledig overnemen.
Voor de sprintformaties wordt het daarom een nerveuze middag. Ze moeten hun kopman over de hellingen helpen, de vlucht binnen bereik houden en voldoende knechten bewaren voor de laatste kilometers.
Lidl-Trek zal vermoedelijk veel verantwoordelijkheid nemen voor Mads Pedersen. De Deen kan beter klimmen dan de meeste sprinters en heeft bovendien een stevig belang in het puntenklassement.
Ook Biniam Girmay past uitstekend bij dit parcours. Jasper Philipsen en Olav Kooij zijn op papier sneller in een zuivere sprint, maar moeten eerst zonder schade door het openingsuur komen.
De gevaarlijkste aanvaller is Mathieu van der Poel. Wanneer hij in een sterke groep belandt, krijgen de sprintersploegen een bijzonder lange middag.
MEMPHIS MAPEI MOET NU LEVEREN
In het groene klassement van de MalleMolen is het verschil minimaal:
Memphis Mapei – 467
Salvador Dali junior – 461
Barry Heijk – 460
Djamolidine Abduzhaparov – 444
Memphis heeft zes punten voorsprong op Salvador en zeven op Barry. Dat klinkt comfortabel, maar op een sprintdag kan één afwijkende uitslag voldoende zijn om alles om te gooien.
De groene leider beschikt nog altijd over een brede verzameling snelle mannen. Philipsen, Kooij, Pedersen, Girmay, Wærenskjold, Fretin, Kanter en Bittner kunnen allemaal punten opleveren.
Tim Merlier ontbreekt, maar dat probleem hebben vrijwel alle grote sprintmannen in de Tourpoule.
Voor Memphis is de opdracht helder: breed scoren en geen verrassingen toelaten.
Dat klinkt eenvoudig.
Tot de laatste drie kilometer beginnen.
SALVADOR WIL VAN DE SPRINT KUNST MAKEN
Salvador Dali junior staat slechts zes punten achter.
Zijn DNA lijkt sterk op dat van Memphis, waardoor het verschil waarschijnlijk niet door de grootste namen wordt gemaakt, maar door de mannen daarachter.
Wærenskjold, Fretin, Kanter of Godon kunnen plotseling de doorslag geven. Eén onverwachte topklassering en het groen verhuist van Mapei naar Catalunya.
Salvador zal de sprint dan zonder twijfel kunst noemen.
Memphis vermoedelijk vandalisme.
BARRY HEIJK HEEFT DE BREEDSTE TREIN
Barry Heijk staat zelfs maar zeven punten van de leiding.
Met Philipsen, Kooij, Pedersen, Girmay, Wærenskjold, Bauhaus, Fretin, Bittner en Kanter beschikt hij over bijna een volledige sprintuitslag in zijn lichaam.
Het probleem is de overlap met zijn concurrenten. Wanneer alle favorieten volgens verwachting eindigen, blijven de verschillen klein.
Barry heeft daarom een rommelige sprint nodig.
Een finish waarin een ploeg zijn timing mist, een outsider vroeg aangaat en één bekende sprinter op plek elf eindigt omdat hij te lang naar het verkeerde wiel heeft gekeken.
In dat soort chaos kan Barry ineens groen pakken.
DE TASHKENT TERROR WACHT OP EEN ONGELUKKIGE ROTONDE
Djamolidine Abduzhaparov staat 23 punten achter Memphis.
Voor een normale sprint is dat een forse achterstand.
Voor Djamolidine is een normale sprint echter nooit het uitgangspunt geweest.
Hij heeft bijna alle grote snelle mannen in zijn DNA en voelt zich het prettigst wanneer de finale verandert in een verzameling verkeerde lijnen, losse treinen en renners die tegelijkertijd denken dat zij recht op dezelfde opening hebben.
Wanneer de sprint breed, wild en onvoorspelbaar wordt, is de Tashkent Terror niet kansloos.
Hij noemt dat geen chaos.
Hij noemt dat positioneren.
ROBBY RAKET HOOPT DAT HET GEEN SPRINT WORDT
Robby Raket is de gevaarlijkste outsider.
Hij heeft niet alleen veel sprinters, maar ook Mathieu van der Poel en Maxim Van Gils. Daardoor kan hij winnen wanneer de klassieke sprintmannen door de eerste heuvels vermoeid raken of wanneer een sterke vlucht vooruitblijft.
Voor Memphis, Salvador en Barry is een massasprint gewenst.
Voor Robby mag de etappe volledig ontsporen.
Een koers waarin niemand precies weet wie er nog in de eerste groep zit, is voor hem bijna ideaal.
FLORIS HOEFT VANDAAG NIET TE WINNEN
In het algemeen klassement verdedigt Floris Vellema nog altijd achttien punten op Riesjaar Veerènquefort.
Floris Vellema – 1.751
Riesjaar Veerènquefort – 1.733
Lance Bloodstrong – 1.715
Sven Löylysson – 1.705
Jim Piels – 1.694
Vandaag wordt het geel waarschijnlijk niet beslist door de grote klassementsmannen. Zij willen veilig door de finale en hun benen bewaren voor de bergen.
Het verschil wordt gemaakt door de snelle renners in hun DNA.
Floris hoeft niet de beste van de dag te zijn. Hij moet vooral voorkomen dat Riesjaar via een afwijkende sprintuitslag plotseling een flinke hap uit zijn voorsprong neemt.
De belangrijkste opdracht voor de gele trui is daarom weinig romantisch:
rechtop blijven.
Een valpartij in de finale kan meer schade aanrichten dan een slechte klimdag.
PENTEK MAG ZICH EEN DAG VERSTOPPEN
Paultje Pentek leidt het bergklassement en krijgt vandaag geen grote aanval te verwerken.
Er zijn onderweg bergpunten te verdienen, maar niet genoeg om de stand volledig om te gooien. Een vluchter kan wat sprokkelen, maar de echte afrekening begint pas in de drie volgende bergetappes.
Pentek moet vandaag eten, drinken en uit de problemen blijven.
Voor een renner die het liefst iedere helling als een persoonlijke belediging beschouwt, is dat vermoedelijk ingewikkelder dan aanvallen.
Paul d’Huez, Jōran Douma, Federico Bahamontes, Do Ping en Mark van Winsen kunnen vandaag weinig meer doen dan naar elkaar kijken en alvast energie sparen.
Morgen begint hun oorlog opnieuw.
LEEN EN BERT RIJDEN HUN EIGEN FINALE
Onderaan staat Leen Olivier met 52 punten nog maar drie punten achter Bert Bergaf.
Voor Leen is het gevaarlijk dat zijn ploeg vandaag zomaar punten kan pakken. Eén verrassende vluchter of sprinter kan voldoende zijn om de rode lantaarn over te dragen.
Bert heeft met Mauro Schmid, Fred Wright, Romain Grégoire en Alex Aranburu verschillende mannen die op dit parcours iets kunnen ondernemen.
Dat is in zijn positie slecht nieuws.
Wie de rode lantaarn wil behouden, moet hopen dat zijn eigen renners eindelijk eens luisteren en niets doen.
DE VOORSPELLING VAN WIM
De eerste zestig kilometer worden hectisch. Een sterke groep rijdt weg, maar de sprintploegen houden de vlucht binnen bereik.
In de finale wordt alles teruggepakt.
Favorieten voor de echte etappe:
Mads Pedersen
Biniam Girmay
Jasper Philipsen
Olav Kooij
Søren Wærenskjold
Favorieten voor de MalleMolen Tourpoule:
Memphis Mapei
Barry Heijk
Salvador Dali junior
Djamolidine Abduzhaparov
Robby Raket
Floris houdt vermoedelijk het geel. Pentek behoudt de bolletjes. Maar bij het groen kan vandaag alles veranderen.
Daarna verdwijnen de sprinters de Alpen in.
En een sprinter die vandaag niet wint, krijgt de komende dagen vooral uitzicht op achterwielen, bidons en de bezemwagen.
“Vandaag sprint ge voor de bloemen. Morgen klimt ge alleen nog voor uw waardigheid.”




Opmerkingen