top of page

Piet Polkadot over El Cabron: “Een gele trui maakt nog geen gentleman”

  • 8 jul
  • 2 minuten om te lezen

Dat Jordi el Cabron en Piet Polkadot deze ronde geen boezemvrienden gaan worden, was na het podiumincident wel duidelijk. Twee mannen in het geel, één trui, nul bereidheid om ook maar een centimeter toe te geven. El Cabron trok, duwde en intimideerde zoals alleen een renner uit de stal van John van Os dat kan. Piet Polkadot keek erbij alsof hij net een Slayer-solo had ingezet en iemand de stekker uit de versterker trok.

Toch is Piet geen beginneling. De renner van Fuckin’ Slayer is een ervaren klimmer, een man die in het verleden al eens de bolletjestrui won en weet hoe een grote ronde ruikt als de lucht dunner wordt en de benen beginnen te schreeuwen.

Na afloop vroegen we hem wat hij vindt van zijn mede-geletruidrager.

Piet zette zijn zonnebril recht, trok zijn bandana iets strakker en keek alsof hij al drie cols en een slecht voorprogramma achter de rug had.

“Jordi? Ach ja. Een gele trui maakt nog geen gentleman,” begon hij droog. “Hij rijdt voor Oskatel Oskadie, hè. Dan weet je genoeg. Dat is geen ploeg, dat is een rijdende strafzaak met bidonhouders.”

Over het podiumduel wilde Polkadot niet te lang blijven hangen, al was duidelijk dat het hem niet lekker zat.

“Hij dacht zeker: ik ben groter, kaler en kwaaier, dus die trui is van mij. Maar zo werkt koers niet. Je wint een trui met benen, niet met je ellebogen. Al moet ik toegeven: hij gebruikt die ellebogen beter dan sommige mannen hun derailleur.”

Toch klinkt er ook een vorm van respect door in zijn woorden. Met tegenzin, maar het is er.

“El Cabron is gevaarlijk. Niet sympathiek, niet stijlvol, niet iemand die je uitnodigt op je verjaardag, maar wel gevaarlijk. Hij ruikt zwakte. Als je even twijfelt, zit hij ertussen. Als je een gaatje laat, pakt hij het. Als er geen gaatje is, maakt hij er één. Dat soort renners moet je nooit onderschatten.”

Piet weet dat de ronde nog lang is en dat zijn eigen terrein nog komt. De bergen. De echte bergen. Daar waar praatjes verdwijnen, ploegleiders stil worden en alleen nog het tikken van de ketting overblijft.

“Laat hem maar stoer doen op het podium,” zei Polkadot. “Straks gaan we omhoog. Dan helpt dat geduw niet meer. Dan kun je niet meer schuilen achter een grote bek of een ploegleider die John van Os heet. Dan telt alleen wat er in je poten zit.”

En daar ligt precies de ambitie van Fuckin’ Slayer. Niet netjes meedoen, niet keurig volgen, maar aanvallen zodra de weg omhoog kruipt. Piet Polkadot mag dan samen met El Cabron in het geel staan, in zijn hoofd rijdt hij al richting de volgende col.


“Die bolletjestrui heb ik al eens gehad,” besloot hij. “Ik weet hoe dat voelt. Maar geel met een randje rood-zwart? Dat zou pas echt lekker staan.”

Daarmee stapte Piet van het podium. Niet lachend, niet boos, maar met die typische blik van een rocker die nog één toegift bewaart.

El Cabron is gewaarschuwd.

De bergen komen nog.

Opmerkingen


bottom of page