top of page

Naar Pau: de dag van de sprintkoningen

  • 8 jul
  • 7 minuten om te lezen

Na de slijtageslag richting Foix, waar de aanvallers eindelijk hun kans roken en de hitte het peloton langzaam gaar stoofde, schuift de Tourkaravaan door naar Pau. En Pau betekent in etappe 5 geen legendarische Pyreneeënromantiek, geen Tourmalet-verhalen en geen klassementsmannen die elkaar de vernieling in rijden.

Nee, vandaag ruikt het naar sprint.

Naar treintjes. Naar ellebogen. Naar nerveuze rotondes. Naar mannen die met 70 kilometer per uur nog denken dat een gaatje van twintig centimeter ruim voldoende is.

Voor de MalleMolen Tourpoule is dit een dag waarop de sprintersploegen moeten leveren. De klassementsmannen mogen zich een dagje gedeisd houden, de klimmers mogen hun beentjes sparen, maar de snelle jongens hebben geen excuus. Dit is hun terrein. Dit is hun kans.

Pau: op papier vlak, in werkelijkheid venijnig

Een vlakke rit in de Tour lijkt voor de buitenwereld vaak simpel. Een vluchtje rijdt weg, krijgt een paar minuten, het peloton drinkt bidons leeg, de sprintploegen rekenen, en op het einde wordt alles teruggepakt.

Maar iedereen die ooit een Tourrit naar een sprintstad heeft gekeken, weet beter.

Juist dit soort dagen zijn gevaarlijk. De klassementsmannen willen voorin zitten om valpartijen te vermijden. De sprintploegen willen voorin zitten om hun trein op te bouwen. De knechten willen voorin zitten omdat hun ploegleider door de oortjes staat te schreeuwen. En ondertussen is de weg meestal niet breed genoeg voor al die plannen tegelijk.

De laatste tien kilometer worden waarschijnlijk chaotisch. De laatste vijf worden lelijk. De laatste kilometer wordt pure instinctieve dierenwereld.

Alle ogen op Barry Heijk

In De MalleMolen wordt vandaag natuurlijk extra gekeken naar Barry Heijk.

Niet zomaar een naam in de Tourpoule, maar de winnaar van het groen van vorig jaar. En dat telt. Wie ooit de puntentrui heeft gewonnen, rijdt nooit meer anoniem rond op sprintdagen. Zodra er een vlakke rit op het programma staat, schuiven de blikken vanzelf zijn kant op.

Barry heeft ook dit jaar weer een ploeg die gemaakt is voor dagen als deze. Met Philipsen, Kooij, Merlier, Pedersen, Fretin, Girmay, Kanter, Wærenskjold en Bittner staat er een sprintblok waar je serieus rekening mee moet houden. Dat is geen ploeg die hoopt op een toevalstreffer, dat is een selectie die op meerdere scenario’s kan scoren.

Toch zit er ook een kras op de lak. Het uitvallen van Arnaud De Lie doet pijn. Zeker voor iemand met groene ambities. De Lie was precies zo’n extra snelle man die op een dag als vandaag het verschil had kunnen maken. Barry is nog lang niet ontwapend, maar hij mist wel een kogel in het magazijn.

En juist daarom wordt Pau interessant. Kan Barry ondanks dat verlies opnieuw tonen waarom hij vorig jaar de puntenkoning was? Of krijgt hij vandaag aan de bar te horen dat oude glorie geen punten oplevert?

Juan Vamos: de nare man die niemand mag vergeten

En dan is er natuurlijk Juan Vamos.

Wie hem niet noemt in een voorbeschouwing op een sprintetappe, heeft niet goed opgelet. Of durft zijn naam gewoon niet hardop uit te spreken.

Juan Vamos, de Baskische sprinter van Oskatel Oskadie, de beruchte stal van ploegleider John van Os, is geen renner voor keurige aankomsten en beleefde positionering. Juan is een man van schouders, ellebogen, twijfelachtige gaatjes en sprints waarin juryleden na afloop hun bril nog eens schoonmaken.

Pau is precies zo’n aankomst waar Juan zich thuis kan voelen. Niet omdat het netjes wordt, maar juist omdat het niet netjes wordt. Een nerveuze finale, sprinttreinen die elkaar in de weg rijden, klassementsmannen die zich ermee bemoeien en een peloton dat met stijgende paniek richting finish dendert: dat is het soort decor waarin Oskatel Oskadie begint te glimlachen.

Ook Juan verloor met De Lie een belangrijke sprintkaart. Dat is geen klein verlies. Maar wie denkt dat John van Os daardoor rustiger in de ploegleiderswagen zit, kent Oskatel niet. Deze ploeg leeft van ongemak. Van chaos. Van de momenten waarop andere ploegen denken dat de boel onder controle is.

Voor Juan Vamos is Pau geen gewone sprint.

Het is een uitnodiging tot wanorde.

De grote namen voor vandaag

De logische favorieten zijn duidelijk.

Jasper Philipsen is de meest gekozen sprintfavoriet in de Tourpoule. Als hij wint, zijn heel veel ploegen blij. Maar omdat hij zo vaak gekozen is, veroorzaakt hij geen aardbeving in het klassement. Hij levert vooral zekerheid.

Tim Merlier is misschien de puurste sprinter van allemaal. Als hij goed wordt gebracht en op 200 meter van de streep in positie zit, is hij verschrikkelijk moeilijk te kloppen.

Olav Kooij is voor de Tourpoule misschien nog interessanter. Populair, maar niet zó massaal dat iedereen ervan profiteert. Een overwinning van Kooij zou meteen meer verschil maken.

Biniam Girmay is misschien de mooiste grote naam van de dag. Hij is vaak gekozen, maar niet overal. Als hij wint, gaan er genoeg handen omhoog, maar ook genoeg gezichten op onweer.

Mads Pedersen is de vormman. Hij won richting Foix, kan overleven, kan sprinten en kan pijn doen. Alleen is de vraag hoeveel die zware rit hem gekost heeft. Maar Pedersen is Pedersen: die schrijf je pas af als hij al onder de douche staat.

Daarachter ligt het echte Tourpoule-gif: Bauhaus, Kanter, Fretin, Bittner, Wærenskjold, Ackermann, Matthews, Gaviria, De Kleijn, Bol, Ballerini en Berckmoes. Dat zijn de mannen waarmee een dag ineens geen gewone sprintdag meer is, maar een puntenroof.

De beste MalleMolen-ploegen voor Pau

Zabelbank wordt door velen genoemd als de grote favoriet
Zabelbank wordt door velen genoemd als de grote favoriet


Simon Zabelbank van Jim van der Veen blijft misschien wel de puurste sprintmachine van het veld. Merlier, Philipsen, Kooij, Pedersen, Girmay, Wærenskjold, Bittner, Kanter, De Kleijn en Gaviria: tien sprintkaarten. Tien. Dat is geen ploeg, dat is een finishstraat op wielen.

Djamolidine Abduzhaparov van Tom Sanders is ook gebouwd voor chaos. Met Merlier, Philipsen, Kooij, Pedersen, Girmay, Bauhaus, Bittner, Wærenskjold en Kanter heeft hij bijna overal een antwoord op. De naam alleen al klinkt alsof hij in de laatste kilometer iemand van zijn lijn duwt.

Barry Heijk van Harry Beijk verdient vandaag een hoofdrol. Niet alleen vanwege zijn ploeg, maar vooral vanwege zijn status. De groene winnaar van vorig jaar moet op dit soort dagen zichtbaar zijn. Hij heeft de namen, hij heeft de reputatie, nu moet de uitslag volgen.

Juan Vamos van John van Os mag absoluut niet ontbreken. Hij mist De Lie, maar Oskatel Oskadie blijft een ploeg die je nooit rustig richting een massasprint wil laten rijden. Juan is geen nette sprinter. Juan is gevaarlijk omdat hij juist beter wordt naarmate het rommeliger wordt.

Kenny Klimme van Renzo van Rooijen heeft een naam die totaal niet past bij deze rit. Dit is geen klimploeg, dit is een sprintploeg in vermomming. Merlier, Philipsen, Kooij, Girmay, Kanter, Pedersen, Bittner, Bauhaus en De Kleijn: voor Pau is dit gewoon topmateriaal.

Patricio de la Presa van Patrick Dijkstra zit eveneens uitstekend. Merlier, Kooij, Philipsen, Pedersen, Girmay, Bittner, Bauhaus, Kanter en Ackermann. Breed, degelijk en gevaarlijk. Niet romantisch, wel dodelijk effectief.

Gijs Gazelleman van Paul Kosterman is een heerlijke outsiderploeg. Philipsen, Bauhaus, Kooij, Pedersen, Bol, Girmay, Merlier, Matthews en Fretin. Vooral Cees Bol maakt deze ploeg spannend. Bijna niemand heeft hem. Als Bol zich vooraan meldt, wordt het ineens stil aan een paar tafels.

Sjon Kelli van Rob Pastoors heeft ook een sprintarsenaal waar je niet vrolijk van wordt als tegenstander: Philipsen, Merlier, Kooij, Pedersen, Girmay, Wærenskjold, Matthews, Ackermann en Bauhaus. Geen poëzie, gewoon punten halen.

De Lie: vandaag doet het écht pijn

Het wegvallen van Arnaud De Lie was al vervelend, maar op een dag als vandaag wordt het pas echt zichtbaar.

Dit was precies de reden waarom je hem had gekozen. Een vlakke rit. Nerveuze finale. Sprintkans. Punten te verdienen. Geen bergen waarin hij moest overleven, geen rit waarin hij afhankelijk was van toeval. Gewoon een dag waarop hij normaal gesproken mee had kunnen doen.

Voor ploegen als Barry Heijk, Juan Vamos, Djamolidine Abduzhaparov, Kenny Klimme, Patricio de la Presa en Bor Srootsap is dat gemis voelbaar. Niet fataal, maar wel irritant. En in een sprintetappe kan één ontbrekende naam precies het verschil zijn tussen een prima dag en een topdag.

Waar wordt het verschil gemaakt?

Als Philipsen wint, scoren veel ploegen. Dat is mooi, maar niet revolutionair.

Als Merlier wint, wordt het al iets selectiever.

Als Kooij of Girmay wint, begint de Tourpoule echt te schuiven.

Maar de dag wordt pas gemeen als iemand uit de tweede sprintlijn toeslaat. Bittner, Fretin, Kanter, Wærenskjold, Bauhaus, Gaviria, De Kleijn of Bol kunnen vandaag een ploeg ineens van middenmoot naar dagtop brengen.

En als zo’n naam niet wint maar wel top drie rijdt, kan dat net zo goed al genoeg zijn om de ranglijst een knauw te geven.

Verwachte koers

De vlucht van de dag mag waarschijnlijk even dromen. Een paar minuten voorsprong, wat cameramotors erbij, misschien een Fransman die denkt aan eeuwige roem. Maar achterin het peloton zal de rekensom snel gemaakt worden: deze rit mag niet weg.

De sprintploegen zullen controleren. Niet uit luxe, maar uit noodzaak. Er komen niet onbeperkt veel kansen voor de pure sprinters, dus Pau moet benut worden.

In de finale wordt het vechten om positie. De klassementsmannen willen geen tijd verliezen door een val. De sprinters willen naar voren. De knechten zijn leeg. De weg is te smal. De stress te groot.

En dan, ergens in die laatste honderden meters, wordt het stil in de hoofden en luid in de kroeg.

Wielerkrant-oordeel

Etappe 5 naar Pau is een dag voor de snelle mannen, maar in de Tourpoule is geen enkele sprintdag simpel. De grote favorieten leveren zekerheid, de outsiders leveren schade, en de ploegen met breedte kunnen vandaag flink huishouden.

Topfavorieten: Philipsen, Merlier, Kooij.Gevaarlijk: Girmay, Pedersen, Bauhaus.Tourpoule-smijtbommen: Bittner, Fretin, Kanter, Wærenskjold, Gaviria, De Kleijn en Bol.Ploegen om op te letten: Simon Zabelbank, Djamolidine Abduzhaparov, Barry Heijk, Juan Vamos, Kenny Klimme, Patricio de la Presa, Gijs Gazelleman en Sjon Kelli.

Maar de twee namen waar de meeste spanning op staat, zijn Barry Heijk en Juan Vamos.

Barry omdat hij vorig jaar het groen won en vandaag moet laten zien dat hij nog steeds de puntenkoning is.

Juan omdat hij van Oskatel Oskadie komt, en bij die ploeg weet je één ding zeker: als de sprint rommelig wordt, zitten ze ergens precies op de plek waar je ze liever niet hebt.

Pau lijkt misschien een gewone sprintdag.

Maar in de MalleMolen Tourpoule bestaat een gewone sprintdag niet.

Opmerkingen


bottom of page